ECLI:NL:CRVB:2015:706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- A.M. Overbeeke
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens niet opgegeven onroerend goed in Marokko
Appellant ontving vanaf oktober 2005 bijstand en werd later geconfronteerd met een besluit tot intrekking van deze bijstand vanwege het niet opgeven van onroerend goed in Marokko. Na onderzoek door het college en het Internationaal Bureau Fraude-informatie bleek dat appellant mede-eigenaar was van een perceel grond in Marokko, welke hij niet had opgegeven.
Het college trok de bijstand met ingang van 6 december 2008 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Appellant voerde bezwaar aan, waarbij onder meer werd vastgesteld dat het kadaster aanvankelijk een fout had gemaakt in de registratie van het eigendom. De bezwaarschriftencommissie nodigde het bestuur niet uit voor de hoorzitting, wat in strijd was met de Awb. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens schending van hoor en wederhoor.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door het onroerend goed niet op te geven en geen objectieve, verifieerbare gegevens te verstrekken over de waarde. Desondanks blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.