ECLI:NL:CRVB:2015:4918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing hernieuwde toekenning persoonsgebonden budget scootmobiel
Appellante, bekend met een gewrichtsaandoening en vaatproblemen, ontving in 2011 een persoonsgebonden budget (pgb) voor een scootmobiel met een looptijd van zeven jaar. Zij gebruikte dit pgb echter voor de aanschaf en het onderhoud van een tweedehands 45 km auto. In 2013 vroeg zij opnieuw een pgb voor een scootmobiel aan, omdat de auto onbruikbaar was geworden.
Het college wees deze aanvraag af omdat de looptijd van het oorspronkelijke pgb nog niet was verstreken en appellante met het bestaande pgb en een vervoerspas voldoende was gecompenseerd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door omstandigheden zonder vervoersvoorziening zat en dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. De Raad oordeelde dat het pgb een geldbedrag betreft dat naar eigen keuze kan worden besteed binnen het doel en dat de gevolgen van de keuze voor een 45 km auto voor appellante zijn. Er waren geen bijzondere omstandigheden voor toepassing van de hardheidsclausule.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college hoeft geen nieuw pgb toe te kennen binnen de looptijd van het eerdere pgb.