ECLI:NL:CRVB:2015:483

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 februari 2015
Publicatiedatum
19 februari 2015
Zaaknummer
13-2444 AOW-W
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 AwbWrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om wraking van behandelend rechters niet in behandeling genomen wegens gebrek aan motivatie

Verzoeker heeft namens zichzelf een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechters in een hoger beroep procedure bij de Centrale Raad van Beroep. Het verzoek volgde op de afwijzing van een verzoek om uitstel van de zitting vanwege ziekte van de advocaat van verzoeker.

De wetgeving vereist dat een wrakingsverzoek schriftelijk en gemotiveerd wordt ingediend. In dit geval bevatte het verzoek slechts een onduidelijke passage zonder concrete gronden, waardoor het verzoek niet voldeed aan de motiveringsvereiste.

De Raad heeft op grond van de toepasselijke regelgeving besloten het wrakingsverzoek zonder zitting niet in behandeling te nemen. Tevens werd benadrukt dat een wrakingsverzoek alleen kan slagen als er sprake is van concrete aanwijzingen van vooringenomenheid, wat hier ontbrak.

De beslissing werd genomen door de voorzitter en leden van de meervoudige kamer, en uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2015.

Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechters wordt niet in behandeling genomen wegens het ontbreken van een gemotiveerde onderbouwing.

Uitspraak

13/2444 AOW-W
Datum uitspraak: 19 februari 2015
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. P.M.J. Graus, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 maart 2013, 11/595, in een geding tussen verzoeker en de Sociale verzekeringsbank.
Op 30 december 2014 zijn kennisgevingen aan partijen verzonden voor een op 30 januari 2015, om 10.50 uur, te houden zitting. De behandelend rechters zijn T.L. de Vries,
E.E.V. Lenos en L.J.A. Damen (behandelend rechters).
Per faxbericht van 30 januari 2015, 08.49 uur, heeft mr. Graus verzocht om uitstel van de zitting, omdat hij wegens ziekte (plotseling opgekomen rugklachten), niet in staat is naar de zitting te komen. Dit verzoek is afgewezen.
Vervolgens heeft mr. Graus per faxbericht van 30 januari 2015, 09.43 uur, om wraking van de behandelend rechters verzocht.
De behandelend rechters hebben meegedeeld dat zij niet in het verzoek om wraking berusten.

OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van Pro de Awb is de ratio van het instituut van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.
2.1.
Artikel 8:16, tweede lid, van de Awb bepaalt dat het verzoek schriftelijk geschiedt en gemotiveerd is.
2.2.
Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 (Stcrt. 2013, nr. 11425) bepaalt dat de wrakingskamer, zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen dat een verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen indien het verzoek niet is gemotiveerd.
3. In het wrakingsverzoek van 30 januari 2015 is de volgende passage opgenomen: “U laat mij geen andere keuze om de betrokken rechters te
wrakenop nader aan te voeren, maar met voor de lezer genoegzaam kenbare redenen.”
4. Nu het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd, zal zonder daartoe een zitting te houden, worden beslist dat het verzoek niet in behandeling wordt genomen.
5. Ten overvloede wordt daaraan toegevoegd dat, mocht het wrakingsverzoek zijn ingegeven door de afwijzing van het verzoek om uitstel, dit naar vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:11) slechts tot toewijzing van een wrakingsverzoek kan leiden als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechters die deze beslissing hebben genomen. Zonder nadere onderbouwing, welke ontbreekt, zal hiervan geen sprake zijn.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep neemt het verzoek om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling.
Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en J. Brand en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2015.
(getekend) E.J.M. Heijs
(getekend) M. Zwart

HD