ECLI:NL:CRVB:2015:11
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen behandelend rechters in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechters van de Centrale Raad van Beroep, omdat hij meende dat de afwijzing van zijn uitstelverzoeken onbegrijpelijk was en leidde tot een vermoeden van vooringenomenheid. Hij stelde dat zijn nieuwe gemachtigde niet over alle stukken beschikte en dat de rechters hun oordeel al hadden gevormd.
De Raad heeft het wrakingsverzoek getoetst aan de criteria van artikel 8:15 Awb Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Raad benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat wraking niet bedoeld is tegen procedurele beslissingen, tenzij daaruit vooringenomenheid blijkt.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de uitstelverzoeken een procedurele beslissing was zonder aanwijzingen voor vooringenomenheid. Ook de uitleg van de voorzitter over het uitstelbeleid was niet strijdig met de procesregeling. Hoewel de overdracht van stukken aan de nieuwe gemachtigde niet optimaal was, was er geen reden om aan te nemen dat de rechters vooringenomen waren.
De Raad merkte op dat een schorsing en leespauze ter zitting mogelijk was geweest om de kennisachterstand van de gemachtigde weg te nemen, maar dat dit niet betekent dat de beslissing om inhoudelijk te behandelen onbegrijpelijk was. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechters wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.