ECLI:NL:CRVB:2015:4453
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- R.E. Bakker
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs simulatie
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens psychische en fysieke klachten. Na een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende fraude door psychiaters, waaronder de behandelend psychiater van appellant, heeft het Uwv de uitkering met terugwerkende kracht ingetrokken en de onverschuldigde betalingen teruggevorderd, stellende dat appellant zijn gezondheidstoestand onjuist had voorgespiegeld.
De rechtbanken hadden het standpunt van het Uwv gevolgd, stellende dat er sprake was van simulatie en dat het Uwv bevoegd was tot intrekking en terugvordering. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het rapport van de door het Uwv ingeschakelde psychiater kritisch beoordeeld en geoordeeld dat dit onvoldoende onderbouwing biedt voor de conclusie van simulatie.
De Raad oordeelt dat het Uwv niet aannemelijk heeft gemaakt dat appellant bewust een psychische stoornis heeft voorgewend, waardoor de grondslag voor intrekking en terugvordering vervalt. De aangevallen uitspraken en besluiten worden vernietigd, de kosten worden aan het Uwv opgelegd en het betaalde griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van simulatie.