ECLI:NL:CRVB:2015:4433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij intrekking WIA-besluit
Appellante had bezwaar gemaakt tegen de intrekking door het UWV van het besluit van 11 juli 2012, waarin was vastgesteld dat haar aanvraag voor een WIA-uitkering te laat was ingediend. Dit besluit had tot gevolg dat de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever werd verlengd en daarmee een uitsluitingsgrond voor de WIA-uitkering werd vastgesteld.
De rechtbank had het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat het besluit van 11 juli 2012 onherroepelijk was en dat zij belang had bij handhaving van dat besluit in verband met een loonvordering tegen haar werkgever.
De Raad oordeelde dat het geschil uitsluitend ziet op de intrekking van het besluit en dat appellante niet de vastgestelde uitsluitingsgrond ter discussie stelt. Het belang van appellante bij het hoger beroep ontbreekt omdat het antwoord op de vraag over de loondoorbetalingsverplichting niet in deze bestuursrechtelijke procedure kan worden gegeven, maar aan de kantonrechter toekomt.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang bij het geschil.