ECLI:NL:CRVB:2015:427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens onvoldoende onderbouwde stortingen en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht vanwege meldingen over haar financiële situatie en mogelijke cateringactiviteiten. Het college herzag en vorderde bijstand terug op basis van stortingen op haar bankrekening die als inkomen werden aangemerkt. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens onvoldoende onderzoek en motivering.
In hoger beroep stelde appellante dat het college van grondslag wisselde en dat zij voldoende bewijs had geleverd voor de stortingen. De Raad oordeelde dat de verklaringen onvoldoende waren onderbouwd met controleerbare gegevens en dat appellante haar wettelijke inlichtingenplicht had geschonden door de stortingen niet te melden.
Wel werd geoordeeld dat twee stortingen die verband hielden met cateringactiviteiten ten onrechte waren meegenomen in de terugvordering. De Raad vernietigde het nader besluit van het college en beval een nieuwe berekening waarbij deze bedragen buiten beschouwing worden gelaten. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor twee cateringgerelateerde stortingen en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.