ECLI:NL:CRVB:2015:4141
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- J.N.A. Bootsma
- J.A.A. Kooijman
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak niet-ontvankelijk verklaard wegens laattijdigheid
Verzoeker heeft bij brief van 16 januari 2014 verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 oktober 2013, waarin een eerder herzieningsverzoek was afgewezen. De Raad oordeelt dat herziening alleen kan worden gevraagd van een oorspronkelijke uitspraak en niet van een herzieningsuitspraak. Daarom wordt het verzoek opgevat als een nieuw verzoek om herziening van de oorspronkelijke uitspraak van 22 april 2010.
De Raad past het overgangsrecht toe en stelt vast dat artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Dit artikel stelt strikte voorwaarden aan herziening, waaronder dat het verzoek moet worden gebaseerd op feiten die voor de oorspronkelijke uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Daarnaast geldt dat een verzoek om herziening niet onredelijk laat mag worden ingediend.
De Raad constateert dat het verzoek gebaseerd is op feiten die verzoeker al meer dan een jaar voor het herzieningsverzoek kende en dat de oorspronkelijke uitspraak eveneens meer dan een jaar voor het verzoek dateert. Hierdoor is het verzoek onredelijk laat ingediend en moet het niet-ontvankelijk worden verklaard. De Raad gaat daarom niet inhoudelijk in op het verzoek en wijst het af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke laattijdigheid.