Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 22 april 2010 over zijn ontslag als secretaris-directeur van het polderdistrict Betuwe. Ter ondersteuning van zijn verzoek overlegt verzoeker een verklaring van een voormalige waarnemend dijkgraaf en een regeling uit 1996 die volgens hem relevant is voor de ontslagregeling.
De Raad beoordeelt dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van feiten die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, die bij verzoeker niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. De Raad oordeelt dat de aangevoerde feiten niet aan deze criteria voldoen omdat verzoeker al bekend was met de betrokken personen en omstandigheden en deze feiten in de eerdere procedure naar voren hadden kunnen worden gebracht.
Verder wijst de Raad erop dat het middel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak ter discussie te stellen. Daarom wordt het verzoek om herziening afgewezen.