ECLI:NL:CRVB:2015:4130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
Belanghebbende was werkzaam als verkoopadviseur en viel op 19 januari 2010 uit wegens ziekte. Het UWV legde op 29 december 2011 een loonsanctie op aan de werkgever (appellante) omdat onvoldoende re-integratie-inspanningen waren verricht. De werkgever maakte bezwaar en verzocht om opheffing en bekorting van de loonsanctie, maar deze verzoeken werden afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, onder meer dat belanghebbende volledig arbeidsongeschikt was en dat meerdere bedrijfsartsen geen benutbare mogelijkheden zagen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsarts voldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende wel benutbare mogelijkheden had en dat appellante onvoldoende inspanningen had verricht om hem te laten re-integreren.
De Raad benadrukte dat het hier gaat om een inspanningsverplichting en niet om een resultaatsverplichting. De opgelegde loonsanctie van 52 weken is niet buitenproportioneel, aangezien deze maximaal duurt totdat de tekortkomingen zijn hersteld, met een maximum van 52 weken. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees het verzoek om schadevergoeding en bekorting van de loonsanctie af.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever.