Uitspraak
30 december 2014, 12/6191, 13/4745 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
De gemeente Huizen heeft voor de jaren 2010 en 2011 incidentele aanvullende uitkeringen (IAU) aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), waarbij zij stelde dat sprake was van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt. De staatssecretaris wees deze verzoeken af, mede op basis van adviezen van de Toetsingscommissie WWB (TC), die concludeerde dat Huizen niet voldeed aan de statistische criteria en dat de situatie niet uitzonderlijk was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde de beroepen van Huizen tegen deze afwijzingen ongegrond. In hoger beroep betoogde Huizen dat de TC onvoldoende rekening had gehouden met de achterliggende oorzaken van het tekort en de bijzondere economische omstandigheden in Huizen, zoals een restrictief poortwachterbeleid, een moeizame re-integratie van uitkeringsgerechtigden en een conjunctuurgevoelige arbeidsmarkt.
De Raad oordeelde dat hoewel de staatssecretaris zich in principe op het advies van de TC mag verlaten, het advies onvoldoende gemotiveerd was. De TC ging niet voldoende in op de door Huizen aangedragen analyse en de inspanningen om instroom te beperken. Ook werd onvoldoende toegelicht waarom deze argumenten niet tot een uitzonderlijke situatie leidden. Daarom bevatte het advies een gebrek aan draagkrachtige motivering.
De Raad droeg de staatssecretaris op om binnen acht weken de gebreken in de besluiten te herstellen met een betere motivering, waarbij de TC nader advies moet uitbrengen. Dit oordeel geldt voor beide jaren 2010 en 2011. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 november 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst de verzoeken af vanwege onvoldoende motivering en draagt op tot herstel van de besluiten.