ECLI:NL:CRVB:2015:3883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens onjuiste verantwoording
Appellante ontving op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een persoonsgebonden budget (pgb) voor hulp bij het huishouden. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok het pgb over de jaren 2010 en 2011 in en vorderde bedragen terug wegens onjuiste verantwoording.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het bezwaar over 2010 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar over 2011 gegrond was, omdat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het pgb niet voor het beoogde doel was gebruikt. Het college stelde echter aanvullende gronden aan het bezwaar tegen, waaronder het ontbreken van girale betalingen, het niet ondertekende zorgcontract en tegenstrijdige verantwoordingsformulieren.
De rechtbank vernietigde het besluit over 2011, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt het besluit tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep wordt verworpen omdat appellante geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking en terugvordering van het pgb wordt bevestigd.