ECLI:NL:CRVB:2015:3742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- E. Dijt
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant meldde zich ziek vanwege rug- en knieklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het oordeel van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschreef.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de geselecteerde functies niet passend waren en dat zijn nierfunctiestoornis onvoldoende was meegewogen. De Raad overwoog dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had gemotiveerd en dat de nierstoornis geen extra beperkingen opleverde die tot een andere uitkomst leiden.
Ook de arbeidsdeskundige had de functies passend verklaard en de loonsverhoging van appellant terecht buiten beschouwing gelaten bij het bepalen van het maatmanloon. De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de eerdere uitspraak.
Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 oktober 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.