ECLI:NL:CRVB:2015:3560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet investeren in jongeren en later de Wet werk en bijstand. Naar aanleiding van anonieme meldingen startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd vastgesteld dat appellante toeslagen ontving op een Engelse bankrekening en meerdere bankrekeningen verzweeg.
Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over de tegoeden kon beschikken en onvoldoende bankafschriften overlegde.
De Raad stelde vast dat het niet melden van bankrekeningen een schending van de inlichtingenplicht oplevert, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het beroep van appellante werd verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht door het niet melden van bankrekeningen.