ECLI:NL:CRVB:2015:3536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, werkzaam als grondwerker en kabellegger, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV besloot dat hij geen recht had op ziekengeld, omdat de verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn werk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken en informatie voldoende waren en dat een alcoholverslaving op zichzelf geen ziekte is.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, aangevend dat zijn rugklachten, psychische klachten, diabetes en alcoholverslaving hem verhinderen zijn werk te verrichten. De Raad overwoog dat een verslaving alleen als ziekte geldt indien deze leidt tot opname of gebreken, wat niet was aangetoond. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische informatie geen ongeschiktheid bevestigt.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht heeft beslist dat appellant geen recht heeft op ziekengeld en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige of het toekennen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.