ECLI:NL:CRVB:2015:3049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel faalt bij herhaling fout UWV in loonbegrip WIA-uitkering
Appellant was sinds juni 2009 arbeidsongeschikt en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering van het UWV. In maart 2012 maakte het UWV een fout door afgekochte vakantie-uren niet als inkomen mee te rekenen bij de uitkeringshoogte. Later, in januari 2013, werden opnieuw vakantie-uren afgekocht en ditmaal wel als inkomen meegenomen, wat leidde tot een correctie en terugvordering van te veel ontvangen uitkering.
Appellant stelde dat hij op grond van het eerdere besluit in maart 2012 erop mocht vertrouwen dat het UWV ook in januari 2013 de afgekochte vakantie-uren niet als inkomen zou aanmerken. De rechtbank wees dit beroep op het vertrouwensbeginsel af en dat oordeel werd in hoger beroep bevestigd.
De Raad overwoog dat een beroep op het vertrouwensbeginsel alleen slaagt bij uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen, die hier ontbraken. Bovendien kan aan fouten van een bestuursorgaan in het verleden geen rechtens te honoreren vertrouwen worden ontleend dat deze fouten in de toekomst worden herhaald. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt afgewezen en de correctie van de WIA-uitkering door het UWV blijft gehandhaafd.