ECLI:NL:CRVB:2011:BP2469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling dagloon bij WIA-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant werkte bij een vennootschap met een aangepast dienstverband en verlaagd loon. Na het faillissement van de vennootschap ontving hij een Ziektewetuitkering berekend op een vastgesteld dagloon. Het UWV stelde later het dagloon voor de WIA-uitkering vast op een lager bedrag, gebaseerd op daadwerkelijk genoten loon.
Appellant betwistte deze vaststelling en voerde aan dat hij aanspraak had op een hoger loon vanaf januari 2006 dat niet inbaar was wegens het faillissement. Tevens deed hij een beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat het dagloon voor de Ziektewetuitkering hoger was vastgesteld.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat appellant geen loonvordering bij de curator had ingediend en dat er geen bewijs was van vorderbaar loon. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen schriftelijke toezegging bestond dat het dagloon voor de WIA-uitkering hetzelfde zou zijn als dat voor de Ziektewetuitkering.
De Raad bevestigde het besluit van het UWV en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het dagloon door het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.