Uitspraak
OVERWEGINGEN
4 juni 2010 ziek gemeld bij werkgeefster.
WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1 januari 2011 geen recht heeft op een ZW-uitkering, omdat sprake is van een voor werkgeefster uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende loonbetalingsverplichting.
1 januari 2011 geen grond is te vinden in artikel 29 van Pro de ZW en dat aan hem geen benadelingshandeling als bedoeld in artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW kan worden verweten. Het Uwv heeft het bezwaar bij besluit van 22 november 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard en de weigering van een ZW-uitkering aan appellant over de periode van 1 januari 2011 tot 1 april 2012 gehandhaafd. Volgens het Uwv had appellant, ondanks het feit dat hij niet over een beveiligerspas beschikte, op en na 1 januari 2011 recht op loon. Door met het ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst uitdrukkelijk afstand te doen van dat loon, heeft appellant een benadelingshandeling gepleegd.
artikel 7:629 van Pro het BW of als het recht op doorbetaling van loon door toepassing van het derde, vijfde, zesde of negende lid van artikel 7:629 van Pro het BW geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
Stb. 2008, 597) in samenhang met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder d, en artikel 2, zesde lid, van dat besluit volgt dat de maatregel bij een benadelingshandeling als bedoeld in
artikel 45, eerste lid, aanhef en onder j, van de ZW is een weigering van uitkering voor de duur dat de werknemer aanspraak op loon zou kunnen doen gelden.
22 juni 2011 door het Uwv gegeven zogenoemd deskundigenoordeel de opvatting van een verzekeringsarts van het Uwv is gevraagd over de invloed van de ziekte van appellant op zijn mogelijkheden voor normale contactopname met werkgeefster. Uit wat appellant in zijn brief van 4 juni 2012 heeft gesteld, wordt afgeleid dat werkgeefster appellant zal hebben verweten dat hij zich niet hield aan de verplichtingen waaraan hij zich als zieke werknemer had te houden en dat appellant dit verwijt met het deskundigenoordeel heeft weerlegd. In zijn meergenoemde brief heeft appellant zelf geconcludeerd dat op grond van het verkregen deskundigenoordeel werkgeefster op en na 1 januari 2011 loon aan hem verschuldigd was.
BESLISSING
R.P.Th. Elshoff als leden, in tegenwoordigheid van V. van Rij als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2015.