ECLI:NL:CRVB:2015:2762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant had beroep ingesteld tegen een terugvordering van een uitkering door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet tijdig had betaald. In hoger beroep betwist appellant deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de aangetekende brief van 2 april 2013 op regelmatige wijze aan appellant is aangeboden. De rechtbank baseerde zich op een track & trace-registratie zonder bewijs dat een afhaalbericht was achtergelaten, terwijl het op appellant rust om aannemelijk te maken dat dit niet is gebeurd.
Omdat niet is komen vast te staan dat de brief correct is aangeboden, slaagt het hoger beroep. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling. Tevens wordt het betaalde griffierecht in hoger beroep aan appellant vergoed.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.