ECLI:NL:CRVB:2015:271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand wegens overschrijding verblijf buitenland volgens WWB
Appellant, ontvanger van bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), verbleef langer dan de toegestane vier weken per kalenderjaar in het buitenland met behoud van bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht weigerde daarom bijstand over de periode van 4 augustus tot en met 16 september 2012.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij feitelijk gelijkgesteld moest worden met pensioengerechtigden die een langere verblijfsduur in het buitenland mogen aanhouden en dat de beperking een vorm van leeftijdsdiscriminatie is in strijd met internationale verdragen. De Raad oordeelde dat de WWB-regelgeving geen strijd oplevert met het discriminatieverbod zoals neergelegd in artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 februari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van bijstand wegens overschrijding van de maximale verblijfsduur in het buitenland wordt bevestigd.