ECLI:NL:CRVB:2015:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen werkgever
Belanghebbende, een werkneemster, viel in januari 2010 uit wegens klachten na neuritis vestibularis en vroeg in oktober 2011 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van onderzoeken van een arbeidsdeskundige en verzekeringsarts vast dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, ondanks dat werkneemster arbeidsmogelijkheden had.
Het UWV verlengde daarom het recht op loon tijdens ziekte met 52 weken. De werkgever maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat de re-integratie-inspanningen voldoende waren en dat de adviezen van vier bedrijfsartsen als grondslag dienden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat de werkgever verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de ingeschakelde deskundigen.
In hoger beroep herhaalde de werkgever zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische informatie in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat de loonsanctie terecht is opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.