ECLI:NL:CRVB:2015:2529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit IOAW wegens onvoldoende onderbouwing draagkracht en te late betwisting
Appellant ontving een IOAW-uitkering en kreeg een boete opgelegd van €150 wegens het niet verschijnen op een gesprek en het schenden van de inlichtingenverplichting. Het college had de boete verlaagd tot €23,16 in een nader besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in.
De Raad onderzocht de toepasselijkheid van het Boetebesluit sociale zekerheidswetten per 1 januari 2013 en bevestigde dat dit besluit ook voor IOAW-zaken geldt vanaf die datum. De Raad toetste de boete aan het evenredigheidsbeginsel en stelde vast dat de boete passend was, maar dat appellant te laat nieuwe beroepsgronden had ingebracht, waardoor deze niet inhoudelijk werden beoordeeld.
Appellant voerde aan dat hij de uitnodigingen laat ontving en dat hij de boete niet kon betalen vanwege het ontbreken van draagkracht, maar deze stellingen waren onvoldoende onderbouwd. Ook het bezwaar tegen het opleggen van meerdere besluiten binnen zes weken werd verworpen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht maar zonder schadevergoeding.