Uitspraak
18 juni 2013, 12/3353 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand en stond ingeschreven op twee adressen te Amersfoort, maar kon niet aantonen dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde. Het college trok de bijstand in wegens schending van de inlichtingenplicht en onduidelijkheid over het hoofdverblijf.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking eerst niet-ontvankelijk, maar herstelde dit later en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk omdat appellant niet tijdig en op correcte wijze zijn wijziging van woonadres had doorgegeven. De verstrekte informatie was inconsistent en onvoldoende om het hoofdverblijf vast te stellen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand in de betreffende periode.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie.