ECLI:NL:CRVB:2015:2202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij uitleg eigen bijdrage Wmo
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor hulp bij het huishouden in 2010, waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd was. Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch had het pgb lager vastgesteld en een bedrag teruggevorderd omdat appellant de eigen bijdrage niet correct had verantwoord. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de term 'betaalde eigen bijdrage' moet worden uitgelegd als de daadwerkelijk betaalde eigen bijdrage na korting op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).
Appellant stelde in hoger beroep dat onder 'betaalde eigen bijdrage' de bruto eigen bijdrage zonder aftrek van de Wtcg-korting moest worden verstaan en wilde een principiële uitspraak over deze uitleg van artikel 6, zevende lid, van het Besluit. De Raad stelde vast dat appellant geen financieel belang had bij deze uitleg en dat hij bovendien niet alle nota's kon overleggen ter verantwoording van het pgb.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende procesbelang had omdat hij slechts een principiële uitspraak nastreefde zonder feitelijk belang. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van voldoende procesbelang.