ECLI:NL:CRVB:2015:1852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering ondanks medische klachten en WSW-indicatie
Appellant had bezwaar gemaakt tegen de intrekking van zijn WIA-uitkering door het UWV, waarbij hij stelde dat zijn beperkingen, waaronder epilepsie en psychische klachten, onderschat waren. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overwoog dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 april 2013 een juiste weergave is van de beperkingen van appellant en dat de medische informatie van behandelaars onvoldoende aanleiding gaf om deze te herzien. Ook de toekenning van een WSW-indicatie, die een ander toetsingskader hanteert, gaf geen reden om de WIA-uitkering te herzien.
De Raad concludeert dat er geen medische urenbeperking noodzakelijk is en dat de geschiktheid voor de geduide functies niet onjuist is vastgesteld. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat de beperkingen niet zijn onderschat en de medische geschiktheid juist is vastgesteld.