ECLI:NL:CRVB:2015:1851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens uitsluiting verplichte verzekering ICTY en SCSL medewerkers
Appellant, werkzaam geweest bij het ICTY en later het SCSL, kreeg een AOW-pensioen toegekend met een korting van 38% op het pensioen en 28% op de toeslag vanwege uitsluiting van verplichte verzekering. Hij betwistte deze uitsluiting en voerde aan dat de SCSL niet is aangesloten bij het VN-pensioenfonds en dat Nederland geen verdragsrechtelijke verplichting tot uitsluiting heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, waarbij ook werd aangevoerd dat de uitsluiting van zijn echtgenote in strijd is met het discriminatieverbod en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol. De Hoge Raad had eerder geoordeeld dat artikel XXVII van de ICTY-Zetelovereenkomst dwingt tot uitsluiting van verplichte verzekering, ook als geen rechten kunnen worden ontleend aan VN-regelingen.
De Raad oordeelt dat de uitsluiting van appellant en zijn echtgenote rechtsgeldig is en niet in strijd met het discriminatieverbod of artikel 1 Eerste Pro Protocol. De regeling is gericht op het waarborgen van de onafhankelijkheid van medewerkers van internationale tribunalen en voorkomt dat rechten worden opgebouwd zonder premiebetaling. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op het AOW-pensioen en toeslag bevestigd.