ECLI:NL:CRVB:2015:165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet hoofdverblijf op uitkeringsadres
Appellant ontving bijstand vanaf juni 2009 en stond ingeschreven op het uitkeringsadres. Een onderzoek van de gemeente Maassluis in 2011 wees uit dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op dat adres, onder meer vanwege extreem laag waterverbruik en bevindingen tijdens een huisbezoek. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende was en wees op zijn vrijspraak van uitkeringsfraude in een strafzaak. De Raad oordeelde dat het waterverbruik, de wisselende verklaringen van appellant en de onbewoonde indruk van de woning voldoende bewijs vormden dat appellant niet op het uitkeringsadres verbleef.
De Raad benadrukte dat de bestuursrechter niet gebonden is aan de strafrechterlijke uitspraak. De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.