ECLI:NL:CRVB:2015:1526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering naar thuiswonende norm na huisbezoekcontrole
Appellant ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten, terwijl hij volgens de minister feitelijk niet op het GBA-adres woonde waar hij stond ingeschreven. Na een huisbezoek op het GBA-adres, waarbij toestemming was gegeven door de hoofdbewoner, stelde de minister vast dat appellant niet daadwerkelijk op dat adres woonde. De minister herzag de studiefinanciering en vorderde een bedrag terug.
Appellant voerde aan dat het huisbezoek onrechtmatig was vanwege inbreuk op het huisrecht, onduidelijke legitimatie en het ontbreken van een redelijke grond. Ook betwistte hij de verklaring van de hoofdbewoner en de juistheid van het rapport. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat toestemming van de hoofdbewoner voor het huisbezoek rechtmatig was, ook al was deze slechtziend en niet in staat te tekenen. Het rapport en de verklaringen van de controleurs waren betrouwbaar. De bevindingen toonden aan dat appellant niet op het GBA-adres woonde, ondanks enkele persoonlijke spullen in de woning. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de herziening van de studiefinanciering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot herziening van studiefinanciering wordt bevestigd.