ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onrechtmatige woonsituatie en huisbezoek met toestemming andere bewoner
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd verdacht van het niet wonen op het opgegeven uitkeringsadres. Medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden voerden een onderzoek uit, inclusief een huisbezoek waarbij alleen de dochter van appellante thuis was. De dochter verleende toestemming voor het binnentreden.
Op basis van verklaringen van appellante en haar dochter concludeerde het bestuur dat appellante niet woonde op het opgegeven adres en trok de bijstand in en vorderde het bedrag van € 10.883,10 terug. Appellante voerde aan dat het huisbezoek zonder juiste toestemming was en dat de verklaringen onder druk waren afgelegd.
De Raad oordeelde dat toestemming van één bewoner voor binnentreden voldoende is en dat de SDD-medewerkers zich vooraf legitimeerden en het doel van het bezoek kenbaar maakten. De verklaringen van appellante en haar dochter werden als betrouwbaar beoordeeld. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.