ECLI:NL:CRVB:2014:757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde werkzaamheden als glazenwasser
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB vanaf mei 2006. Naar aanleiding van een anonieme tip dat zij werkzaamheden als glazenwasser verrichtten, stelde het college een onderzoek in. Dit onderzoek, inclusief getuigenverklaringen en verhoren, toonde aan dat appellanten sinds 2006 glazenwaswerkzaamheden verrichtten en inkomsten genoten die niet waren gemeld.
Het college trok de bijstand over de periode mei 2006 tot november 2009 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat het onderzoek onvoldoende gemotiveerd was en dat de terugvordering niet in verhouding stond tot de inkomsten.
De Raad oordeelde dat de tip voldoende concreet en onderbouwd was om onderzoek te rechtvaardigen. De onderzoeksresultaten en getuigenverklaringen waren consistent en betrouwbaar. Appellanten schonden de inlichtingenverplichting door de werkzaamheden en inkomsten niet te melden en konden het recht op bijstand daardoor niet aantonen. Het college mocht op grond van haar beleid de bijstand terugvorderen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.