ECLI:NL:CRVB:2014:57
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Minister is dwangsom verschuldigd wegens overschrijding beslistermijn op bezwaar
Appellanten, werkzaam bij het ministerie van Defensie, maakten bezwaar tegen een besluit waarbij verlofuren werden verminderd. De minister stelde de beslissing op bezwaar uit en verdaagde de beslistermijn eenmaal. Vervolgens werd de termijn opnieuw overschreden doordat de minister pas laat contact opnam over een hoorzitting, die uiteindelijk pas op 19 juli 2012 plaatsvond.
Appellanten stuurden een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen. De minister stelde dat de vertraging aan appellanten te wijten was en weigerde een dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, stellende dat de beslistermijn was opgeschort vanwege overleg over de hoorzitting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders: de vertraging is niet aan appellanten toe te rekenen, de beslistermijn was niet opgeschort en de ingebrekestelling was niet prematuur. De minister is daarom aan iedere appellant een dwangsom van €1.180,- verschuldigd over de periode van overschrijding. Tevens wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De minister is aan iedere appellant een dwangsom van €1.180,- verschuldigd wegens overschrijding van de beslistermijn op bezwaar.