ECLI:NL:CRVB:2014:4107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijzondere bijstand wegens niet-melding lijfrente-uitkering
Appellanten ontvingen bijzondere bijstand voor woonkosten over 2010-2011, terwijl zij vanaf 2009 een lijfrente-uitkering ontvingen die zij niet hadden gemeld. Het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg herzag en trok de bijzondere bijstand in en vorderde deze terug. De rechtbank stelde het terugvorderingsbedrag bij, maar verklaarde het beroep verder ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij de inlichtingenplicht niet hadden geschonden en dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege hun chronische gezondheidsproblemen. De Raad oordeelde dat appellanten redelijkerwijs hadden moeten melden dat zij een lijfrente-uitkering ontvingen en dat geen bewijs was dat zij dit hadden gedaan op aanvraagformulieren of mondeling.
De Raad verwierp het beroep op het feit dat het college via Suwinet bekend had kunnen zijn met de lijfrente-uitkering, omdat de inlichtingenplicht onverkort geldt zolang de ministeriële regeling niet is vastgesteld. Ook werden de aangevoerde dringende redenen niet als uitzonderlijk en bijzonder beoordeeld. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en terugvordering bijzondere bijstand bevestigd.