ECLI:NL:CRVB:2014:3986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogen en bijstandsrecht bij wijziging tenaamstelling bankrekeningen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en had meerdere bankrekeningen, waaronder een spaarrekening die aanvankelijk op zijn naam stond en later werd omgezet in een en/of-rekening met zijn moeder. Het college ontdekte een aanzienlijke vermogensgroei op deze rekeningen en trok de bijstand in vanwege het overschrijden van de vermogensgrens en het niet melden van wijzigingen.
Appellant voerde aan dat hij als mantelzorger de rekeningen had omgezet en niet vrij over de tegoeden kon beschikken. Hij stelde dat de vermogensgroei voortkwam uit terugbetalingen van leningen van zijn overleden vader, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Ook na wijziging van de tenaamstelling van de rekeningen naar alleen zijn moeder bleef appellant gemachtigd en gebruikte hij de rekeningen voor eigen betalingen.
De Raad oordeelde dat het feit dat een rekening op naam van appellant staat, inclusief en/of-rekeningen, de veronderstelling rechtvaardigt dat hij over het tegoed kan beschikken. Appellant slaagde er niet in het tegendeel aannemelijk te maken. De intrekking van de bijstand en terugvordering van ten onrechte ontvangen bedragen zijn daarom terecht. Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering zijn terecht omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over het vermogen kon beschikken.