ECLI:NL:CRVB:2014:3733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb na faillissement beheerskantoor ondanks betwisting uurtarief en storting op zakelijke rekening
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor zorg, waarvan het beheer en de verantwoording was uitbesteed aan Raad en Daad Thuisbegeleiding B.V. Na het faillissement van Raad en Daad ontstond discussie over de verantwoording van het pgb-bedrag over 2009. Het Zorgkantoor stelde op basis van administratie vast dat slechts een deel van het pgb verantwoord kon worden en vorderde het niet verantwoordde bedrag terug van appellante.
Appellante voerde aan dat zij het volledige bedrag aan Raad en Daad had betaald tegen een afgesproken uurtarief van € 30,- en dat het terug te vorderen bedrag nooit op haar rekening was gestort maar op een zakelijke rekening van Raad en Daad. De rechtbank oordeelde dat de verantwoordelijkheid voor het pgb bij appellante ligt en dat het Zorgkantoor terecht uitging van lagere uurtarieven voor ZZP-ers.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Zij stelt dat de verantwoording van het pgb de eigen verantwoordelijkheid van de verzekerde is, ook als het beheer is uitbesteed. Het Zorgkantoor mocht het pgb lager vaststellen dan het toegekende bedrag en de belangenafweging was zorgvuldig. De Raad ziet geen reden om het terugvorderingsbesluit te vernietigen, ondanks het faillissement en de storting op een zakelijke rekening. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het niet verantwoordde pgb-bedrag wordt bevestigd.