ECLI:NL:CRVB:2014:3519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en terugvordering bijstand wegens bezit onroerend goed in buitenland
Betrokkene ontving van 1980 tot 2010 bijstand en vanaf 2010 een onvolledig AOW-pensioen. Uit onderzoek bleek dat zij sinds 1975 eigenaar was van een woning en sinds 2003 mede-eigenaar van percelen grond in Turkije, wat zij niet had gemeld aan het dagelijks bestuur. Hierdoor werd bijstand ten onrechte verstrekt en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering gegrond vanwege een bevoegdheidsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel over de bevoegdheid en stelt dat het dagelijks bestuur bevoegd is voor de herziening en terugvordering over de periode waarin betrokkene nog geen 65 jaar was.
Betrokkene voerde aan niet op de hoogte te zijn van het bezit en betwistte de taxatiewaarde. De Raad oordeelt dat zij wel degelijk op de hoogte was en dat de taxatie adequaat is. De afwijzing van de AIO-aanvulling wordt bevestigd omdat het vermogen boven de vrij te laten grens lag.
De Raad verklaart het hoger beroep van de Sociale Verzekeringsbank gegrond en dat van betrokkene ongegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het de bevoegdheid betreft, en bevestigt de overige beslissingen. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand en afwijzing van AIO-aanvulling bevestigd.