ECLI:NL:CRVB:2014:1235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot herziening en terugvordering bijstand voor periode onder 65 jaar
Appellant ontving bijstand van het college en bereikte op 17 mei 2008 de leeftijd van 65 jaar, waarna de SVB verantwoordelijk werd voor aanvullende bijstand. Een onderzoek toonde aan dat appellant inkomsten had gegenereerd via een stichting en deze niet had opgegeven, wat leidde tot een besluit tot herziening en terugvordering van bijstand over de periode 2003-2007.
Appellant voerde aan dat alleen de SVB bevoegd was tot herziening en terugvordering vanwege het overgangsrecht en dat hij geen voordeel had genoten van de inkomsten. De Raad oordeelde dat het college bevoegd bleef voor de periode waarin appellant nog geen 65 jaar was, omdat de wettelijke bepalingen dit duidelijk maken en het overgangsrecht alleen ziet op bijstand vanaf 65 jaar.
Verder stelde de Raad vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opgenomen bedragen van de bankrekening van de stichting voor de krant waren gebruikt. Er was bewijs dat appellant privébetalingen deed van deze rekening. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het hoger beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college bevoegd is tot herziening en terugvordering van bijstand over de periode waarin appellant nog geen 65 jaar was en wijst het hoger beroep af.