ECLI:NL:CRVB:2014:3505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering WW-voorschot wegens ontbreken ondubbelzinnige toezeggingen
Appellant kreeg toestemming van het UWV om met behoud van een WW-uitkering als zelfstandige te werken, waarbij een voorschot werd betaald. Later stelde het UWV vast dat te veel voorschot was betaald en vorderde een bedrag van €9.419,80 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat hij onjuist was voorgelicht door een re-integratiecoach en dat hij niet had ingestemd met het afzien van een hoorzitting. Hij voerde aan dat hij verkeerde verwachtingen had over de verrekening van zijn inkomsten met de uitkering. De Centrale Raad oordeelde dat niet vaststaat dat appellant afstand heeft gedaan van zijn recht op een hoorzitting, waardoor het besluit vernietigd moest worden wegens strijd met het hoorrecht.
De Raad beoordeelde vervolgens of de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven. Gelet op de wettelijke regeling en het ontbreken van uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen door de re-integratiecoach, werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen. De rechtsgevolgen van het besluit blijven daarom gehandhaafd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van het teveel betaalde WW-voorschot wordt vernietigd wegens schending van het hoorrecht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.