ECLI:NL:CRVB:2014:1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WW-voorschotten bij zelfstandige
Appellant ontving vanaf februari 2008 een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud van uitkering een eigen bedrijf te starten. Het UWV betaalde voorschotten over de startperiode en verrekende deze later met de inkomsten uit zelfstandige activiteiten over 2008 en 2009.
Appellant voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat alleen de winst over 2008 zou worden meegenomen bij de verrekening, gebaseerd op brieven van het UWV en gesprekken met een re-integratiecoach. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en stelde dat geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt en dat terugvordering terecht is. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel, verwijzend naar de wettelijke regeling die inkomsten over zowel het aanvangsjaar als het daaropvolgende jaar betrekt en het ontbreken van duidelijke toezeggingen door het UWV.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Dordrecht blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een bedrag van €6.752,20 heeft teruggevorderd van appellant.