ECLI:NL:CRVB:2014:3297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Herwaardering functie en toekenning wettelijke rente na bezwaar tegen functiewaardering Ministerie van Defensie
Appellant, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, maakte bezwaar tegen de waardering van zijn functie binnen het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (Ibad). De commandant handhaafde aanvankelijk de waardering op een lagere schaal, waarna eerdere besluiten werden vernietigd door de Raad en de rechtbank.
Bij het bestreden besluit van 20 november 2012 werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard, waarbij de commandant zich baseerde op het advies van de Commissie Advies Bezwaren Functiewaardering (CABF). De rechtbank verklaarde het beroep daarop ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep en stelde dat het effect van zijn werkzaamheden pas na vijf tot zes maanden merkbaar is, wat een hogere functiewaardering rechtvaardigt.
De Raad oordeelt terughoudend bij functiewaardering en stelt vast dat het effect van de werkzaamheden niet binnen een paar maanden, maar binnen een jaar merkbaar is. De waardering van de functie op het onderdeel Effect van de werkzaamheden berust daarom op onvoldoende gronden. De Raad vernietigt het bestreden besluit, herroept het besluit van 16 oktober 2007 en stelt de waardering van de functie van appellant met ingang van 12 januari 2007 vast op een hogere schaal.
Daarnaast wordt appellant wettelijke rente toegekend over de nabetaling en worden de proceskosten en reiskosten vergoed. De uitspraak vervangt het besluit van 20 november 2012 en leidt tot een hogere functiewaardering met terugwerkende kracht vanaf 12 januari 2007.
Uitkomst: De waardering van de functie van appellant wordt met ingang van 12 januari 2007 vastgesteld op een hogere salarisschaal en wettelijke rente en proceskosten worden toegekend.