ECLI:NL:CRVB:2014:2653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft herhaaldelijk een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, nadat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in 2005 een eerdere aanvraag had afgewezen. Deze eerdere weigering is onherroepelijk geworden. Latere aanvragen in 2009 en 2011 werden eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening van het oorspronkelijke besluit rechtvaardigen.
De rechtbank Utrecht heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 2011 ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat de medische en arbeidskundige rapporten geen aanleiding gaven om het oordeel van het Uwv te betwijfelen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het Uwv in 2005 al rekening hield met zijn beperkingen, aangezien toen niet alle recente medische informatie beschikbaar was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een herhaalde aanvraag alleen inhoudelijk kan worden getoetst indien sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden na het eerdere besluit. De door appellant aangevoerde gegevens vormen geen nieuwe feiten of omstandigheden in deze zin. Ook is het niet toegestaan een deskundige in te schakelen in de procedure op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.