Uitspraak
mr. C.A.K. Denneboom.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
G.M.G. Hink als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2014.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand vanaf april 2010 en stond ingeschreven op het adres van zijn moeder in de gemeente. Na meldingen dat appellant feitelijk niet op dit adres woonde, stelde de sociale recherche een onderzoek in, inclusief buurtonderzoeken en verklaringen van buurtbewoners en zorgverleners.
Het college beëindigde en trok de bijstand in met terugvordering van de kosten, omdat appellant niet zijn hoofdverblijf in de gemeente had. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het buurtonderzoek proportioneel was en dat de verklaringen van thuiszorgmedewerkers en buurtbewoners voldoende bewijs vormden. De door appellant overgelegde bankafschriften en arbeidsovereenkomst konden niet aantonen dat hij op het opgegeven adres woonde.
Hierdoor is het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand rechtsgeldig en blijft de uitspraak van de rechtbank in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf in de gemeente wordt bevestigd.