ECLI:NL:CRVB:2014:2373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding als inkomen bij intrekking en terugvordering bijstand WWB
Appellante ontvangt sinds 29 januari 2004 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit van 10 augustus 2012, gehandhaafd op 3 december 2012, de bijstand over juni 2012 ingetrokken en de kosten van die maand teruggevorderd omdat appellante een ontslagvergoeding van €3.575,- ontving die als inkomen werd aangemerkt.
Appellante stelde zich op het standpunt dat deze ontslagvergoeding niet verrekend mocht worden met haar bijstandsuitkering en maakte bezwaar en beroep tegen het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, verwijzend naar vaste jurisprudentie van de Raad die de ontslagvergoeding als inkomen beschouwt.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt zonder nieuwe argumenten. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat de ontslagvergoeding als inkomen in de zin van de WWB moet worden aangemerkt, waardoor intrekking en terugvordering van de bijstand terecht is.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 juli 2014.
Uitkomst: De ontslagvergoeding wordt als inkomen aangemerkt, waardoor intrekking en terugvordering van bijstand terecht is.