ECLI:NL:CRVB:2014:1896
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening weigering Wubo-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in 2004 een aanvraag in voor een Wubo-uitkering, die werd afgewezen wegens gebrek aan bevestiging van relevante gebeurtenissen zoals internering in kampen tijdens de Japanse bezetting. Een bezwaar werd destijds niet ingediend.
In 2011 volgde een nieuwe aanvraag, opnieuw afgewezen omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. Wel werd appellant gelijkgesteld als vervolgde op grond van de Wuv en ontving hij een Wuv-uitkering. Het bezwaar tegen de afwijzing van de Wubo-aanvraag werd ongegrond verklaard.
De Raad toetste het verzoek om herziening terughoudend en concludeerde dat appellant geen nieuwe relevante gegevens had ingebracht. Hoewel aannemelijk werd geacht dat appellant in kamp Kareës verbleef, was dit een beschermingskamp dat niet onder de Wubo valt. Het beleid dat verblijf in bepaalde kampen wel tot erkenning leidt, was niet van toepassing op kamp Kareës.
De Raad benadrukte dat eigen verklaringen zonder objectieve ondersteuning onvoldoende zijn voor erkenning. Ook een beroep op eerdere jurisprudentie over bedreiging werd verworpen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van nieuwe feiten.