Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 1997 WAO-uitkeringsgerechtigd, maar het UWV trok haar uitkering in 2006 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante meldde zich later toegenomen arbeidsongeschikt, maar het UWV weigerde herziening van de WAO-uitkering en toekenning van een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank bevestigde deze besluiten en oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 2012, waarin de beperkingen en belastbaarheid van appellante zijn vastgelegd, in rechte vaststaat. Appellante leverde geen medische stukken aan die twijfel zouden kunnen doen ontstaan over deze beoordeling.
Ook de berekening van de terugvordering van een voorschot op de WIA-uitkering werd door de rechtbank als correct beoordeeld. Appellante voerde geen gegronde bezwaren aan tegen de invordering.
In hoger beroep beperkte appellante zich tot het aanvoeren van slaapklachten en het verzoek tot benoeming van een deskundige. De Raad oordeelde dat hiervoor geen aanleiding was, omdat geen nieuwe medische stukken waren ingediend. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraken bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering en toekenning van de WIA-uitkering en handhaaft de terugvordering van het voorschot.