ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of advocaat in loondienst moederbedrijf als derde geldt voor proceskosten bestuursrecht
Betrokkene maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarin een werkneemster geen Ziektewet-uitkering werd toegekend. Na een nieuw besluit werd het bezwaar gegrond verklaard en het beroep ingetrokken. Betrokkene verzocht vervolgens de rechtbank om appellant te veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank veroordeelde appellant in de proceskosten en kwalificeerde de door een advocaat in loondienst van het moederbedrijf verleende rechtsbijstand als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Appellant stelde in hoger beroep dat het moederbedrijf en betrokkene tot dezelfde groep behoren en daarom niet als derde kunnen worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep volgde de benadering van de Hoge Raad dat het begrip 'derde' de gangbare betekenis heeft als een persoon buiten de direct bij de zaak betrokken partijen. De Raad concludeerde dat het moederbedrijf, ondanks het aandeelhouderschap en groepsverband, als derde moet worden aangemerkt. De doorbelasting van kosten was niet relevant. Het hoger beroep werd afgewezen en appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.