ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Geen schadevergoeding voor niet tijdig activeren studentenreisrecht door minister
Betrokkene had een weekendabonnement en verzocht op 1 september 2010 om dit om te zetten in een weekabonnement. De minister besloot op 4 september 2010 het abonnement om te zetten en gaf dit tijdig door aan de uitvoeringsorganisatie RSR. Betrokkene kon het nieuwe abonnement echter niet tijdig activeren en vroeg daarop schadevergoeding.
De rechtbank had de minister aansprakelijk gesteld en een schadevergoeding toegekend, stellende dat de minister eindverantwoordelijk was voor het activeren van het reisrecht. De minister stelde in hoger beroep dat hij slechts verantwoordelijk is voor het toekennen en doorgeven van het reisrecht, niet voor de activering die bij de RSR ligt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de wetgever de aansprakelijkheid van de minister beperkt heeft tot het niet tijdig toekennen of doorgeven van het reisrecht. Omdat de minister tijdig had besloten en doorgegeven, was er geen grond voor schadevergoeding. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen op basis van informatie op de website faalde, omdat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat het niet kunnen activeren niet aan haar lag.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.