ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onjuiste toepassing MKB-winstvrijstelling bij berekening WW-uitkering startende zelfstandige
Betrokkene ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming om met behoud van uitkering werkzaamheden te verrichten in zijn eigen bedrijf van 2 januari 2007 tot en met 27 mei 2007. Het UWV vorderde op basis van een herberekening met gegevens van de Belastingdienst een bedrag van € 1.539,20 terug wegens vermeend te veel betaalde voorschotten.
De rechtbank oordeelde dat het Inkomstenbesluit Werkloosheidswet van toepassing was en corrigeerde het terug te vorderen bedrag naar € 1.367,39, waarbij de MKB-winstvrijstelling als inkomen werd meegeteld. Het UWV ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de oude regeling, het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW, van toepassing was waarin de MKB-winstvrijstelling niet als inkomen wordt beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van vaste jurisprudentie de regelgeving geldt zoals die gold in de periode waarop de aanspraken betrekking hebben. Omdat de startperiode in 2007 lag, was het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW van toepassing en mocht de MKB-winstvrijstelling niet als inkomen worden meegeteld. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van het UWV ongegrond verklaard. Vergoeding van wettelijke rente en kosten werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd; de MKB-winstvrijstelling wordt niet als inkomen meegeteld bij de WW-uitkering in de startperiode.