ECLI:NL:CRVB:2010:BO6299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te hoog ontvangen voorschot WW bij zelfstandige activiteit
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming van het UWV om zich te oriënteren op en later werkzaamheden te verrichten als zelfstandige met behoud van uitkering. Het UWV stelde vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde €6.392,10 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering en voerde aan dat de berekeningswijze van de inkomsten onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de inkomsten correct had toegerekend volgens de geldende wettelijke bepalingen en het Inkomstenbesluit WW. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad wees erop dat het verlies in het aanvangsjaar niet in mindering gebracht kan worden en dat de factor voor de berekening van de inkomsten correct is toegepast, waarbij de oriënteringsperiode niet meetelt.
De Raad concludeerde dat de berekeningswijze van het UWV conform de wettelijke regels is en dat de terugvordering terecht is. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €6.392,10 wegens te hoog ontvangen voorschot WW.