Uitspraak
OVERWEGINGEN
5 december 2005 (ECLI:NL:CRVB:2005:AU7756).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellanten, gehuwd sinds 1996 maar pas in 2010 officieel gescheiden in de registers, ontvingen bijstand. Na een onderzoek naar hun leefsituatie concludeerde het dagelijks bestuur dat zij niet duurzaam gescheiden leefden en dat appellante inkomsten had verzwegen. Hierdoor werd de bijstand beëindigd en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden. De Raad oordeelde dat appellante wel degelijk inkomsten van haar bij haar inwonende neef ontving, ondanks haar ontkenning, en dat de waarde van haar werkzaamheden niet aannemelijk was gemaakt. Daarnaast concludeerde de Raad dat appellanten niet duurzaam gescheiden leefden, mede gelet op hun dagelijkse contact en gezamenlijke huishoudelijke activiteiten.
De Raad verwierp de bezwaren van appellanten en bevestigde het besluit tot beëindiging en intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en intrekking van de bijstand wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven en verzwegen inkomsten.