ECLI:NL:CRVB:2013:2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering toeslag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering en vanaf 1999 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Hij heeft nagelaten het UWV te informeren over een WAO-hiaatuitkering die hij vanaf juni 1999 ontving. Hierdoor heeft het UWV de toeslag ingetrokken en het teveel betaalde bedrag van ruim €16.500 teruggevorderd, tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn inkomsten uit de WAO-hiaatverzekering invloed hadden op zijn recht op toeslag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist dat de WAO-hiaatverzekering geen particuliere verzekering was en dat terugvordering tot acute financiële problemen zou leiden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft teruggevorderd en de boete opgelegd. Het niet melden van de WAO-hiaatuitkering is een ernstige en langdurige schending van de inlichtingenplicht, waarvoor appellant zowel objectief als subjectief verwijtbaar is. Er is geen dringende reden om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigt de bestreden uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de toeslag en handhaaft de boete wegens schending van de inlichtingenverplichting.